terug
← Terug naar overzicht

Hoeveel ruimte geven we snelheid?

Over frictie, publieke ruimte en de vrijheid om te blijven

Publieke ruimte is nooit neutraal. Waar begint het? Hoe ontwerp je voor een doelgroep die verandert, rijk is aan variatie en nauwelijks te vangen in cijfers? En hoe speelt ruimtelijk ontwerp een rol in het oplossen van de grote vraagstukken van deze tijd?

Onze publieke ruimte vullen we graag voor snelheid en wendbaarheid: een efficiëntie, passend bij een gladgestreken carrièrepad. Maar snelheid heeft een prijs.

Om te beginnen: meer snelheid verkort reistijd niet. De BREVER-wet laat al decennia zien dat we evenveel blijven reizen, ook met verhoogde efficiëntie. Meer snelheid vraagt dus meer infrastructuur. Per auto is tegenwoordig ca. 80 m² weg aangelegd, plus twee parkeerplaatsen. Klinkt als de oppervlakte van een gezellig buurtpleintje?

En: hoge snelheid kost nog veel meer moeilijk meetbare ruimte. Want: niemand gaat picknicken in de berm van de snelweg. Snelheid veroorzaakt frictie.

Daarnaast: hoe sneller we ons verplaatsen, hoe verder we af staan van wat we thuis noemen. Voor sommigen voelt dat als kans: een baan in jouw niche, verder weg wonen van familie, bijzondere reizen. Maar de blijver betaalt de prijs. De buurvrouw die slecht ter been is blijft achter in een anonieme buurt, zonder contact, met de bezorger als enige aanspraak. Een interessant perspectief brengt Eva von Redecker in Bleibefreiheit: de vrijheid om te blijven. Echte vrijheid ligt niet in het kunnen reizen, maar juist in de mogelijkheid om dat niet te hoeven.

Als maatschappij staan we tegenover enorme uitdagingen. Ongemakkelijk, omdat ze tegelijk van iedereen en van niemand zijn. Deze problemen, die doorweven zijn tot in de haarvaten van de samenleving, moeten we niet slechts technocratisch willen oplossen: we moeten het lokaal aanvliegen, stelt Hans Vermaak. Wanneer velen een lokale rol pakken en we ons onderling verbinden, blijken grote transities ineens maar kleine problemen, vol eigenaarschap en directe impact. Zoals econoom Martin Lukkezen liet zien: niet overheden, maar sterke gemeenschappen vergroten de crisisrespons enorm.

Plaatsgebondenheid is geen ideologisch verlangen, maar een noodzakelijke voorwaarde voor sociale veerkracht in uitdagende tijden. En juist hier missen we ambitieuze leiders en sterke verbinders.

We zitten vast in een gedachtegoed waarin we van onszelf verwachten ver te moeten reizen om kansen te grijpen en succes te boeken. Maar wat als de kracht juist ligt in het dichtbij zoeken? We lokaal leiderschap aangaan, leren omgaan met echte belangen, beginnen met luisteren naar uiteenlopende stemmen en richting geven waar spanning voelbaar is?

“Als we mensen in een gemeenschap helpen om bij te dragen vanuit wat ze allemaal te geven hebben, bouwen we aan het hart van de democratie” – John McKnight

Gedachten delen?

Reacties komen hier later. Voor nu: stuur me gerust een bericht.

Neem contact op